Belga Sport: Gouden Tia en andere straffe sportverhalen

Belga Sport: Gouden Tia en andere straffe sportverhalen

Vanaf maandag 2 september

Belga Sport is terug. Tussen 2007 en 2018 werden bijna 70 afleveringen gemaakt van de onvolprezen reeks sportdocumentaires. En daar komen er nu nog eens vijf bij.  

Het format blijft ijzersterk en dus onveranderd: aan de hand van archiefbeelden en interviews met betrokkenen en kroongetuigen gaat Belga Sport op zoek naar nieuwe inzichten, de volledige waarheid en de juiste toedracht van verhalen uit de (Belgische) sportgeschiedenis. 

De nieuwe reeks brengt dit najaar documentaires over:  

  • De fusieploeg KRC Genk tijdens de eerste tien jaar van haar bestaan (1988-1998)
  • De weg naar de top van Tia Hellebaut
  • Het Franse avontuur van Raymond Goethals in het begin van de jaren ‘90
  • Sean Kelly, de ‘laatste Flandrien’
  • Roland Liboton en de schaduwkant van het succes

Deze nieuwe reeks van Belga Sport is opnieuw een productie van Woestijnvis. Het commentaar is nog altijd van voormalig VRT-sportjournalist Carlos De Veene.

Vanaf maandag 2 september om 21.20 u. op Canvas en VRT NU.


KRC Genk. Het decennium van de Feniks
Aflevering 1 – maandag 2 september

Aan het einde van de jaren '80 loopt er een tijdperk ten einde in Limburg. De steenkoolmijnen gaan één voor één dicht. In ‘87 sluit de mijn van Waterschei haar poorten. Winterslag volgt in 1988.

Winterslag en Waterschei zijn natuurlijk ook het voetballend hart van Genk. Nu de mijnen dicht gaan, moet voetbal een belangrijke schakel worden in het Reconversieplan van de Kempense Steenkoolmijnen, de KS. Er wordt al jarenlang over en weer gepalaverd over een eventuele fusie, over één grote Genkse club. Maar nu smelten Winterslag en Waterschei eindelijk samen. Het is een verstandshuwelijk, ingezegend door de KS, met als bruidsschat een nieuw stadion.

Maar de relatie is in het begin wantrouwig. In de bestuurskamer moeten mensen met hun vroegere rivalen samenwerken, de supporters tellen na 'hoeveel er van Waterschei’ en ‘hoeveel er van Winterslag’ op het scheidsrechtersblad staan. Na één seizoen degradeert de fusieclub naar tweede klasse.

Het decennium dat volgt wordt er een van vallen en opstaan. Van culthelden als Carmel Busuttil en Frane Bucan. Van toppers als Branko Strupar en Philippe Clement. Van excentrieke trainers als Enver Alisic en van succesman Aimé Anthuenis. En uiteindelijk ook van het succes waar iedereen al tien jaar op wacht en de eerste prijs van de club: de Beker in 1998. De topclub die iedereen in 88 voor ogen had, is een decennium later eindelijk uit de as van de mijnen verrezen.

Getuigen: Pier Denier, Domenico Oliveiri, Frane Bucan, Carmel Busuttil, Branko Strupar, Aimé Antheunis, Albert Bijnens, Jan Vandermeulen, Philippe Clement, Enver Alisic

Reporter: Thomas Liekens / Regie: Kristof Van Den Bergh


Tia Hellebaut. De grote sprong voorwaarts.
Aflevering 2 – maandag 9 september

Wanneer Tia Hellebaut in 2006 Europese kampioene hoogspringen wordt, is heel België verrast. Eigenlijk was alleen Kim Gevaert een Europese titelkandidaat, maar op die warme zomeravond in het Zweedse Göteborg bezorgen Kim en Tia de Belgische atletiek een dubbel delirium.

De weg naar de top was niet evident voor Hellebaut. Tot haar 16de heette Tia Hellebaut nog Tia Van Haver. Een moeilijke gezinssituatie met een hardwerkende moeder maar toch heel wat financiële problemen. Tot stiefvader Joris Hellebaut in haar leven komt en mee voor stabiliteit zorgt. Er is ook een parallel met haar atletiekcarrière. Ze heeft talent, maar niet de juiste trainingsmentaliteit. Tot ze bij coach Wim Vandeven terecht komt. Wim is de tweede man in haar leven die voor stabiliteit zorgt. En meer. Naast coach wordt Wim al snel ook de levenspartner van Tia.

Geen evidente maar wel een gouden combinatie, Tia en Wim. Dat leidt tot ongekende hoogten, letterlijk. Een maand voor het EK van 2006 springt Tia voor het eerst over 2 meter. En op het EK klopt ze de torenhoge thuisfavoriete Kajsa Bergqvist. Amper vijf minuten later pakt ook Kim Gevaert goud op de 200 meter. Twee vriendinnen op het hoogste schavot.

De titel van Europese kampioene is niet genoeg voor Tia. Ze wordt in 2008 indoor Wereldkampioene op de vijfkamp, haar andere grote liefde en plaatst in Peking de kroon op het werk: Olympisch hoogspring-kampioene. En alweer een andere topfavoriete verslagen, de Kroatische Blanka Vlasic. De ijzersterke mentaliteit van Hellebaut heeft nog maar eens het verschil gemaakt.

Vanaf dat moment moet alleen die andere wens nog worden vervuld: de kinderwens. En ook dat wordt een succesverhaal…

Getuigen: Tia Hellebaut, Tine Eyckmans, Joris Hellebaut, Wim Vandeven, Kim Gevaert, Wilfried Meert, Yannick Tregaro.

Reporters: Dirk Van Nijverseel en Tim Wielandt / Regie: Guillaume Graux


Raymond Goethals. De laatste truc van de tovenaar.
Aflevering 3 – maandag 16 september

Wanneer Raymond Goethals in de zomer van 1989 beslist om België te verlaten, heeft hij een volle rugzak mee. Een rugzak gevuld met successen, bij Standard, Anderlecht en de nationale ploeg. Hij heeft zelfs al een bijnaam: ‘den Tuveneir’. Maar in die rugzak zit ook controverse omwille van zijn betrokkenheid bij de omkoopaffaire Standard-Waterschei van vijf jaar eerder. De nieuwe lucht van Zuid-Frankrijk moet een oplossing bieden, en tegelijkertijd geeft het Goethals de kans om zich te bewijzen op een hoger niveau. Het hoogste doel voor een coach, het winnen van de Europacup, is de uitdaging.

Goethals belandt bij Bordeaux, waar de excentrieke voorzitter Claude Bez de plak zwaait. Maar Goethals doet zoals altijd zijn eigen zin, want hij heeft meer voetbalinzicht dan wie ook. Het zal op zijn manier zijn, of niet. Hij leidt de Girondins naar een onverhoopte tweede plaats, net achter die andere Franse grootmacht, Olympique Marseille.

Dat Bordeaux plots Marseille weer het vuur aan de schenen heeft gelegd, gaat ook bij de voorzitter van Marseille, Bernard Tapie, niet ongemerkt voorbij. Tapie, die niet moet onderdoen voor Bez qua excentriciteit, stuurt zijn trouwe luitenant Jean-Pierre Bernès naar Goethals om hem te overtuigen voor l’OM te komen werken. De expliciete opdracht is: het winnen van de Champions League. Goethals aanvaardt de opdracht en smeedt stilaan een team dat kan wedijveren met de Europese groten. In zijn eerste seizoen is er nog de ontgoocheling van een verloren Champions League finale tegen Rode Ster Belgrado. Dat zorgt voor onenigheid met grote baas Tapie, maar die kan en wil Goethals toch niet loslaten. Twee seizoenen later krijgt Goethals met zijn Olympique een tweede kans. In het Olympisch Stadion van München bekroont Goethals zijn carrière met de hoogste Europese eer: hij pakt de Champions League, de allereerste voor een Franse club, en dat als allereerste Belgische coach. Spelers als Boli, Deschamps, Desailly en Barthez zullen Goethals voor altijd dankbaarheid verschuldigd zijn.

Raymond Goethals zal altijd bekend blijven om zijn eigenwijze, en soms wat vreemde gedrag, geliefd door zowat iedereen die onder hem speelde. Maar hij wilde enkel herinnerd worden als de grootste tacticus uit de voetbalgeschiedenis, meer interesseerde hem niet. En daar is hij in geslaagd, ‘Raymond la science’, de Tovenaar.

Getuigen: Guy Goethals (zoon), Jean-Philippe Durand (ex speler), Piet Den Boer (ex speler Bordeaux), Jean-Pierre Bernès (ex bestuurder Marseille), Jean-Pierre Papin (ex speler Marseille), Basile Boli (ex speler Marseille), Alain Ronsse (journalist).

Reporter: Tim Wielandt / Regie: Robin Vandenbergh


Sean Kelly. De laatste Flandrien.
Aflevering 4 – maandag 23 september

Eind jaren zeventig, toen het wielrennen gedomineerd werd door Italianen, Belgen en Fransen, trok een jonge Ierse boerenzoon naar het vasteland om er zijn geluk te beproeven als profrenner. Sean Kelly vond onderdak bij de Belgische Flandria ploeg van Briek Schotte, waar hij moest knechten voor Freddy Maertens en Michel Pollentier. De stille ingetogen jongeman met het rode haar leerde al snel hoe zwaar het leven van een wielerprof kon zijn, maar klagen deed hij nooit. Kelly deed zelden zijn mond open aan de ontbijttafel of tijdens de tactische bespreking. Sean sprak liever met de pedalen. Onder de vleugels van oer-Flandrien Briek Schotte ontbolsterde het jonge Ierse wielertalent. Daarna volgde Kelly Michel Pollentier naar Splendor. En hoewel hij daarna nooit meer voor een Belgische ploeg zou rijden, toch bleven Belgen de rode draad vormen doorheen de rest van zijn carrière.

Hij vond een warm nest in Vilvoorde bij de familie Nys. Herman en Elise namen de wat stuurse Ier in huis en zagen hem uitgroeien tot één van de beste klassieke renners aller tijden. Zijn eerste klassieke zege behaalde hij in 1983. Kelly won een beklijvende Ronde van Lombardije, dankzij een “vriendendienst” van Claude Criquelion. Een jaar later was hij de laatste renner die Parijs - Roubaix én Luik - Bastenaken - Luik in hetzelfde jaar kon winnen.

Toen hij in 1977 de deur van de familieboerderij in Curraghduff achter zich dicht trok, droomde hij van een bescheiden wielercarrière. Wanneer hij 15 jaar later, in 1992, zijn fiets aan de haak hing stonden er naast ontelbare ereplaatsen, een zege in de Vuelta, zeven overwinningen in Parijs – Nice én negen klassieke monumenten op zijn palmares. Toch gaapte er een gat in zijn erelijst. Kelly strandde drie keer op de tweede plaats in de Ronde van Vlaanderen (1984, 1986, en 1987).

Belga Sport ging op zoek naar de ziel van de laatste Flandrien en waarom het hem toch niet lukte om ‘Vlaanderens mooiste’ te winnen. Want drie maal was hij de beste man in koers en toch glipte de zege in de Ronde van zijn tweede vaderland hem door de vingers. Een wonde die vandaag nog steeds niet geheeld is.

Getuigen: Sean Kelly, Michel Pollentier, Adrie Van der Poel, Pat McQuaid, Eddy Planckaert, Eric Vanderaerden, Gustave Nys (vriend).

Reporter: Dirk Van Nijverseel / Regie: Kristof Van Den Bergh


Roland Liboton. Alles gewonnen en toch te weinig
Aflevering 5 – maandag 30 september

Na de dominantie van Eric De Vlaeminck belandt het Belgisch veldrijden in de tweede helft van de jaren zeventig in een serieuze dip. De Zwitsers domineren de sport en Albert Zweifel is de nieuwe koning van het veld. Hij wordt vier maal op rij wereldkampioen en moet daar in 1980 in zijn eigen Wetzikon vijf op een rij van maken. Maar daar steekt Roland Liboton een stokje voor.

Het nieuwe Belgische supertalent blijft het best overeind in de Zwitserse sneeuw en pakt in het hol van de leeuw zijn eerste wereldtitel bij de profs. Liboton is op dat moment amper 22 jaar. Een bitse rivaliteit met de norse Zwitser is geboren.

Maar Liboton is al snel oppermachtig en domineert op zijn beurt het veldrijden in het begin van de jaren tachtig. Hij wordt vier keer in vijf jaar wereldkampioen met als hoogtepunt het WK in het Nederlandse Oss in 1984. Daar houdt hij ondanks een slag van een toeschouwer thuisrijder Stamsnijder en Zweifel achter zich.

De wereld ligt aan Libotons voeten en dat mag iedereen weten. De ‘Roel’ dweept om de haverklap met een nieuwe sportwagen, investeert in paarden, duikt op in allerlei programma’s en showt in Extra Time zijn kunsten op de dansvloer in het gezelschap van een horde vrouwelijk schoon. 

In 1986 gaat Liboton voor een vijfde wereldtitel, maar op het verzopen parcours van Lembeek gaat het helemaal fout. Liboton gaat ten onder aan stress en de druk om te blijven presteren en draait al na twee rondjes af. Een iconisch beeld van een superkampioen die voelt dat hij niet meer de allerbeste is.

Op Belgisch niveau steekt Liboton er wél nog bovenuit, hij wordt tien keer op rij Belgisch kampioen, een unicum, maar internationaal lukt het niet meer op de kampioenschappen. Stress, ziekte, pech, het foute parcours en extra-sportieve zorgen, het is altijd wat. Na zijn 27ste zit een wereldtitel er niet meer in, zelfs een WK-podium haalt Liboton niet meer.

Het sportieve verval is ingezet en dan moeten de extra-sportieve problemen nog beginnen. In 1987 tekent Liboton een vet contract bij het razend ambitieuze ADR, maar op drie jaar tijd ziet hij amper centen. ADR blijkt een financiële luchtbel die er mee voor zorgt dat Liboton op het einde van zijn carrière compleet aan de grond zit. Gelukkig leert hij snel een nieuwe vrouw kennen die zijn leven weer op orde krijgt. Jammer genoeg ruimschoots te laat om van Liboton de eerste crosser te maken die na zijn carrière financieel helemaal binnen is.

Getuigen: Roland Liboton, Albert Zweifel, Hennie Stamsnijder, Klaus-Peter Thaler, Bertje Vermeire, Roger De Vlaeminck, Paul De Brauwer, Danny De Bie, Paul Herygers, Jef Van Springel (mecancien)


Meer over het najaar van Canvas.

Over Canvas

Meer informatie

Voor pers en stakeholders
Anne Stroobants
02 741 51 63
anne.stroobants@vrt.be

Voor kijkers en surfers
Klantendienst VRT
02 741 25 80
www.vrt.be/nl/heb-je-een-vraag/

Klik hier voor interviews

Klik hier voor hogeresolutiefoto's

Het gebruik van fotomateriaal, grafisch materiaal en logo's is niet toegestaan zonder voorafgaande toestemming van VRT, hetzij via e-mail of na ontvangst van een login op het persportaal. Het gebruik van de login impliceert dat u instemt met de geldende rechten en gebruiksvoorwaarden.

Canvas
Auguste Reyerslaan 52
1043 Brussel

VRT Brands Logos