Carnotstraat 17: van filmpaleis tot migrantenpand

Carnotstraat 17: van filmpaleis tot migrantenpand

zondag 6 december om 21.45 u.

Woensdag 2 december 2015 — Ooit was het pand bekend als Ciné Rubens, een van de mooiste en modernste bioscopen van Antwerpen, een plek waar galapremières van grote Hollywoodfilms talk-of-the-town waren. Nu is het een vervallen gebouw waar migranten uit de gehele wereld, al dan niet legaal, zijn komen wonen. Hoe is het hen hier vergaan en hoe is hun komst gevallen bij de mensen die al hun hele leven in de buurt wonen? Filmmaakster Klara Van Es brengt zonder opsmuk de verhalen van deze mensen in beeld.

Op zondag 6 december om 21.45 u. op Canvas en canvas.be

“Ik dacht dat ik van de hel in de hemel zou komen. Helaas was dat niet zo”, vertelt de 24-jarige Afghaan Omar Mohamed, een van de bewoners van een aftands gebouw aan de Antwerpse Carnotstraat, een pand achter het station waar ooit de prestigieuze bioscoop Ciné Rubens was gevestigd. Nu woont hij er, samen met een heel stel migranten uit andere delen van de wereld, boven een kerkzaal voor migranten. Ook woont er de Tibetaanse familie Norsang en, pal daartegenover, het gezin van de Armeniër Ara Manoukyan.

Waarom ze ooit vertrokken, dat is simpel. In hun vaderland was de onzekerheid te groot, op alle gebieden; er was oorlog, armoede en/of grote werkloosheid, kortom, geen vooruitzicht op iets beters. Uiteindelijk belandden ze allemaal in België, in Antwerpen. En daar wachtte hen allesbehalve het paradijs, want wetten en praktische bezwaren staan in de weg. Zo verblijft Ara Manoukyan na tien jaar nog altijd illegaal in België. Niet alleen een bron van onzekerheid voor hem, maar ook voor zijn vrouw Vera en twee aandoenlijke dochtertjes Armenuhi en Hasmik.

Heimwee

De Norsangs zijn in hart en nieren Tibetaans gebleven, hun eigen cultuur betekent alles voor ze. Weliswaar verblijven zij legaal in Antwerpen, de Belgische nationaliteit hebben ze nog altijd niet gekregen. En juist die hebben ze nodig om hun achtergebleven familie in Tibet te kunnen bezoeken. Want vooral de familie wordt heel erg gemist.

Ook door Omar, die zijn familie al jaren niet heeft gezien. Hij legt uit dat in Afghanistan een familielid welkom is zo lang te blijven als hij of zij maar wil, terwijl in het westen een familiebezoek na een paar uurtjes toch echt voorbij moet zijn.

Samen met andere migranten volgt hij een cursus Nederlands. Als de docente vraagt welk woord de studenten niet kenden, is men unaniem: ‘heimwee’. Als de docente uitlegt wat het betekent, gaat er een rilling van herkenning door de studenten: bij nader inzien weten ze maar al te goed wat heimwee is.

In De Stad Aalst en kapsalon Chez Henricia

Heimwee is niet alleen voorbehouden aan migranten. In het Antwerpse volkscafeetje In De Stad Aalst halen oude Antwerpenaren, onder genot van een pintje, herinneringen op aan hoe het vroeger was, hoe hun wijk was voor de komst van alle migranten. Misschien wonen hier wel meer nationaliteiten bij elkaar dan in Amsterdam, stelt een van hen nostalgisch berustend. Natuurlijk was het vroeger beter, veiliger en vertrouwder, vroeger werd er gedanst op de tafels, nu zijn er al die buitenlanders en die doen niet mee: “ze komen alleen naar binnen om te pissen”.

Even verderop is kapsalon Chez Henricia, een zaak die vooral door Franstalige Afrikanen wordt bezocht. Een van hen legt uit dat deze kapsalon in hun gemeenschap de functie van baobab vervult – de boom die bij hun dorpje vroeger fungeerde als ontmoetingsplaats, waar men nieuwtjes uitwisselde, at en dronk. En hij vervolgt met hoe hun huidige leven bepaald wordt door racisme en discriminatie: ook al heb je de juiste papieren, je weet dat je nooit dezelfde rechten hebt als een Belg – een besef dat ongelukkig en ontheemd maakt.

Hoop

De kapster is het echter niet met hem eens: “Hier is alles veel beter geregeld dan thuis.” En zij is niet de enige: ook de Norsangs werken vol goede moed aan hun toekomst. Zij leert Nederlands zodat ze in de ouderenzorg kan gaan werken, hij probeert zijn eerste diploma ooit als schoonmaker te halen. En ook voor Omar lijken de dingen ten goede te keren nu hij een sociale huurwoning heeft toegewezen gekregen. Alleen voor Ara blijft het leven onzeker, al put hij moed uit de liefde voor zijn vrouw en dochters.

De film

De Vlaamse regisseur Klara Van Es, die in 2010 debuteerde met het veelgeprezen Verdwaald in het Geheugenpaleis (een documentaire over mensen met Alzheimer), laat zonder vals sentiment zien hoe migranten in Europa hun levens weer trachten op te bouwen. Dit zijn geen zielige mensen, maar mensen die onder lastige omstandigheden iets moois willen bereiken. Want lastig is het zeker, wat Van Es heel subtiel onderstreept met kleine tussenshots van bijvoorbeeld het lege trappenhuis en de vervallen, door televisieschotels gedomineerde gevel. Maar ze heeft ook oog voor de weemoed van de oude wijkbewoners door zo nu en dan archiefbeelden te laten zien van feestelijke filmpremières in de Ciné Rubens. De dingen veranderen, voor iedereen.

En dat geeft heimwee en weemoed, getuige ook de sfeervolle soundtrack van jazzpianist en componist Jef Neve. Wie migreert staat voor een enorme opgave, maar altijd gloort wel ergens het uitzicht op betere tijden.

 

Een productie van Associate Directors en Memphis Film & Television, in samenwerking met Canvas.

Lange trailer Carnotstraat 17

Korte trailer - Carnotstraat 17

Carnotstraat 17 - Gevel - (c) Associate directors & Docpoppies
Carnotstraat 17 - Dalai Lama - (c) Associate directors & Docpoppies
Carnotstraat 17 - Familie Ara - (c) Associate directors & Docpoppies
Carnotstraat 17 - Familie Norsang - (c) Associate directors & Docpoppies
Carnotstraat 17 - Kapsalon - (c) Associate directors & Docpoppies
Carnotstraat 17 - Omar - (c) Associate directors & Docpoppies

Published with Prezly